Colombia, een onontdekt juweel in Zuid-Amerika – Sapa Pana Travel

04 januari 2011 Johan

Waar moet ik beginnen. Mijn bijzondere verkenningstocht voor de Volvo Classics Panamericana is nu bijna een week ten einde. Na enkele dagen in Bogota en de hoofdstad van Panama, ben ik met mijn gezin teruggekeerd naar Cartagena om daar de kerstdagen door te brengen. Met een zomerse bries door mijn haren kijk ik vanaf de oude stadswal uit over de skyline van het nieuwe Cartagena. Cartagena de Indias, sowieso is er geen mooiere plaatsnaam te bedenken voor de afsluiting van een bijzondere reis als de Volvo Classics Panamericana. Het is een ware kroon op de reis, maar ook op mijn verkenningstrip door het voor mij nog onbekende Colombia. Lang hebben de negatieve berichten me tegengehouden om naar dit land af te reizen, maar langzaam maar zeker veranderde de berichtgeving die mij ter ore kwam en werden de verhalen over onveilige situaties vervangen door verslagen over ongerept natuurschoon, koloniale steden, waar de tijd lijkt te hebben stil gestaan en niet in de laatste plaats hoorde ik mensen vertellen over de warme en gastvrije Colombianen. Ik moest meer te weten komen over dit bijzondere land en de voorbereiding op de Panamericana gaf me een goed excuus.

Nadat we bij Ipiales Ecuador verlaten hadden, moesten we Colombia binnengaan. Het regende dat het goot. Het kwam werkelijk waar met bakken uit de hemel. Omdat we van het ene douane kantoorje naar het andere moesten rennen, waren we al snel drijfnat. Toen we bij de douane van Colombia aankwamen, zagen we geen strenge gezichten. Nee, men lag met het hele kantoor in een enorme deuk, omdat er twee maffe Nederlanders aankwamen, die door en doorweekt waren en hun 42 jaar oude Volvo Amazone het land in wilden brengen. Nadat ze enigszins waren bijgekomen en de beamte zijn vreugde tranen had weggeveegd, duurde het inklaren van onze auto ongeveer een kwartier. De sfeer was gezet en als dit de voortekenen waren, van wat ons te wachten stond, dan stond ons vooral veel gezelligheid en gastvrijheid te wachten.

Nadat we de grens gepasseerd waren, vervolgenden we onze weg naar Pasto en het hield op met regenen. Vooraf was er twijfel over de hoedanigheid van de weg. De weg was echter uitstekend, perfect geasfalteerd. We reden door een spectaculair groen en bergachtig landschap. Regelmatig passeerden we watervallen en keken we uit over vruchtbare valleien. Bart en ik die met z’n tweeën toch al veel van Latijns-Amerika gezien hebben, werden stil. We raakten enorm onder de indruk van het overweldigende natuurschoon, waar we zomaar doorheen mochten rijden, de ene bergpas was nog mooier dan de andere. Toen de schemering begon in te vallen bereikten we de stad Pasto. Voor Colombiaanse begrippen een vrij kleine plaats, maar nog altijd goed voor ruim 150 duizend inwoners. We reden vrijwel direct naar ons hotel in het centrum van de stad en konden onze auto veilig parkeren in de ruime parkeerplaats onder het hotel.

In de avond maakten we een korte wandelng door de stad. We stuitten op een surrealistisch kerst ritueel. In een park stond een enorme kerststal met alle bijbehorende figuren. De figuren waren huizen hoog en werden omgeven door vele kleuren licht. Rondom het tafereel was het een drukte van jewelste met kraampjes, stalletjes en barbeques. Opnieuw een zeer uitbundige vertoning met veel vriendelijke mensen.

De volgende dag vertrokken we in ochtend op weg naar Cali. Het zonnetje stond aan de hemel en al snel zaten we weer op de Panamericana. Volgens Mijnheer Cuellars, de eigenaar van ons hotel in Pasto, zou de route naar Cali bergachtiger zijn en bepaalde stukkenweg zouden slechter van kwaliteit zijn, met name omdat er de afgelopen tijd veel regen was gevallen en er aardverschuivingen hadden plaatsgevonden. Toch hadden we maar zo’n 380 kilometer voor de boeg, dus we gingen er vanuit dat we tegen vijfen wel in Cali zouden zijn. Het eerste deel van de weg was bergachtig, maar voerde ons van 2500 hoogte waarop Pasto gelegen is, naar een tropische omgeving op 700 meter hoogte. Zodra we onderweg waren, merkten we wel dat Colombia veel dichter bevolkt is dan de voorgaande landen, doordat er veel meer verkeer en ook vrachtverkeer op de weg was. Met name de vrachtwagens zorgen er voor dat je tempo aanmerkelijk omlaag gaat. We reden wederom door een overweldigend mooi en groen landschap. We stopten regelmatig om plaatsje te schieten en om de omgeving in ons op te nemen. Naarmate we naar beneden reden, merkten we ook dat het tropisch warm werd. De weg was goed en we schoten lekker op. We hadden de verwachting om rond één uur in het mooie koloniale plaatsje Popayan te zijn, maar dat zou even anders worden …

Naarmate we dichter bij Popayan kwamen, werd het weer wat bergachtiger. Toch schoten we lekker op, totdat we de bocht omkwamen en moesten aansluiten in een rij auto’s die daar al stond. Normaal gesproken komt dit wel vaker voor bij wegwerkzaamheden, waarbij één baan is afgesloten. Echter het duurde nu langer en we konden niet zien, waar het begin van de rij was. Er zat niet anders op dan de motor uit te zetten en uit te stappen. De mensen voor ons in de auto en achter ons in de bus deden het zelfde. Onze Volvo trok zoals gebruikelijk de aandacht, dus de mensen voor ons en achter ons kwamen al snel naar ons toe voor een praatje. De man voor ons in de auto was eveneens met zijn gezin op weg naar Cali. Hij vond de auto erg mooi en vroeg of hij foto’s mocht maken. Natuurlijk vonden we dat geen probleem. Vervolgens moesten we met zijn gezin op de foto en ook werd er gevraagd of ik de jongste aanwinst van de familie voor een kiekje even in de handen wilde nemen. De man deelde wat snacks met ons en wij voorzagen de baby van water, want we zaten op ongeveer 1000 meter hoogte en het was vrij warm en broeierig. De mensen uit de bus stonden inmiddels ook om onze auto. Ze zagen dat we een radio hadden en vroegen wat voor muziek we bij hadden. Ik had nog een goede nederpop cd van Fred Postma in de auto liggen, dus die liet ik ze maar even horen. Ze vonden echter dat ik salsa uit Cali moest opzetten en gelukkig hadden ze een cd voor mij. Ik zette hem op en zo werd het een vrolijke boel tijdens het wachten. We waren er inmiddels achter dat we vast stonden vanwege een aardverschuiving die een groot gedeelte van de weg had weggeslagen. Na ongeveer vier uur konden we in groepen van een aantal auto’s langzaam maar zeker het weggeslagen weggedeelte oversteken en konden we verder. Waar we dachten om een vroege lunch in Popayan te kunnen nuttigen, passeerden we het koloniale stadje nu tegen vijfen en er zat niet anders op dan direct door te rijden naar Cali. Aan ons oponthoud hadden we een lifter overgehouden. Een oudere mijnheer die in de bus achter ons zat, vroeg ons of hij met ons verder naar Cali kon rijden. De bus zou namelijk stoppen in Popayan, waar hij zou moeten overstappen op een andere bus die hem verder naar Cali zou brengen. Als hij met ons mee zou kunnen rijden, dan zou hij vele uren eerder in Cali zijn. we hadden plek dus het was voor ons geen probleem. Bovendien wisten we, dat we door de vertraging, wederom in het donker zouden aankomen en we hadden geen zin om lang naar ons hotel te moeten zoeken. Cali is een stad van ruim 2 miljoen inwoners en de kans dat we na aankomst in de stad nog een behoorlijke poos zouden moeten zoeken naar ons hotel sprak ons niet aan. De man die met ons meereed, kwam uit Cali en kende ons hotel, dus hij zou ons er meteen naar toe loodsen. Het leek op een mooie win-win situatie. De man zou uren eerder thuis zijn en wij zouden na aankomst in de metropool Cali direct naar ons hotel kunnen rijden. Om acht uur kwamen we aan in de derde stad van Colombia en inderdaad wist de man ons in de avondspits direct naar ons hotel te loodsen. Voor de ingang van ons hotel namen we afscheid van de man en gingen we ons hotel binnen. Onze rijddag had wederom veel langer geduurd dan vooraf gedacht, maar opnieuw hadden we mogen proeven van de warme, spontane, uitbundige en vriendelijke instelling van het Colombiaanse volk en meer en meer had Colombia met haar spectaculaire landschappen en kleurrijke inwoners ons in een greep genomen.

De volgende dag gingen we ongeveer om 10 uur op weg naar Medellin. We hadden ruim 400 kilometer voor de boeg. Het eerste stuk zou vrij vlak zijn, daarna werd het licht glooiend tot aan Manizales en daarna zouden we net voor Medellin nog een bergpunt van ongeveer 3000 meter moeten oversteken. Nadat we Cali hadden verlaten, kwamen we al snel op een uitstekende weg. De tweebaans weg veranderde na ongeveer 25 kilometer zelfs in een prachtige vierbaansweg. Deze vierbaansweg liep een behoorlijk eind door, tot dat hij weer veranderde in een tweebaans weg, die overigens nog steeds in een zeer goede staat was. De tweebaans en vierbaarns stukken wisselden elkaar vervolgens af en daartussen werd hard gewerkt om het gehele traject vierbaans te maken. Waarschijnlijk dat ze hiermee volgend jaar alweer een heel stuk verder zijn. Bij Pereira kwamen we in de koffieregio van Colombia, één van de rijkere gedeelten van het land. De koffieregio is een hele mooie groene en heuvelachtige omgeving met interessante plaatsen als Pereira en Armenia. Je kunt er zien waar de koffieboon wordt verbouwd, terwijl je verblijft op prachtige haciënda’s, verborgen in de schitterende natuur. We hadden helaas weinig tijd om er lang te stoppen, want we moesten door naar Medellin. We hadden nog een best lange weg te gaan, terwijl we toch wel weer wat kleine probleempjes met de auto hadden. Het raam aan de passagierszijde was wederom in de deur gezakt en niet meer naar boven te krijgen, terwijl donkere wolken zich bovenons samenpakten. Het lampje Amp begon weer te branden wat betekende dat de accu minder snel oplaadde, dan dat we stroom verbruikte en de motor raakte vrij snel warm. We stopten bij een benzine station aan de rand van Pereira. Hier gooiden we onze tank vol en maakten we het raam aan passagierszijde provisorisch dicht. Omdat het inmiddels lunchtijd was, bestelden we een hamburgermenu in de cafetaria bij het benzinestation. Terwijl de regen inmiddels met volle bakken uit de hemel kwam, genoten we van één van de lekkerste hamburgers, die we sinds lange tijd gegeten hadden. De vriendelijke man en vrouw, die de cafetaria bestierden, zorgden voor een heerlijk maal en gaven ons materiaal om ons raam zo goed en zo kwaad mogelijk dicht te maken. Na het eten maakte ik op het toilet een sanitaire stop en ik ook hier was alles zo brandschoon en netjes, dat ik dit benzinestation met cafetaria moet uitroepen tot één van de beste stoppplekken langs de gehele Panamericana in Zuid-Amerika.

Beste stopplek of niet, we moesten weer verder, want we hadden nog een behoorlijke rit voor de boeg. Onze magen waren gevuld, de tank afgetankt en het raam provisorisch gedicht, maar het probleem met de accu en het warm worden van de motor waren nog niet opgelost. Het probleem van het warm worden van de motor konden we redelijk ondervangen met rustig rijden en het aanzetten van de verwarming. Echter het aanzetten van de verwarming was ook weer van invloed op de accu. Op weg naar Manizales werden we gestopt bij één van de vele politie controle posten, die je in Colombia zult tegenkomen. Wederom op een erg vriendelijke en totaal niet intimiderende manier vroeg de diender me naar mijn papieren. Ik had de motor inmiddels uitgezet en gaf hem het gevraagde. Nadat hij ales bekeken had, vroeg hij geïnteresseerd naar onze missie en niet veel later gebood hij ons om onze weg te vervolgen. De auto kregen we toen echter niet meer aan de praat, want de accu was leeg. Daarop verzocht een de agent een andere autobestuurder om ons met zijn accu te helpen en met behulp van deze persoon konden we de auto starten. Tijdens de stop vond Bart echter uit wat er aan de hand was. Het leek erop dat één zekering wat loszat. Bart sprak zijn verborgen talenten aan en loste het probleem op met wat pleisters uit onze EHBO kit en het lampje AMP bleef vervolgens uit. Inmiddels lagen we wel weer achter op schema dus we moesten snel door naar Medellin. Zoals gebruikelijk begon het tegen vijfen weer te schemeren en tegen die tijd gingen we ook weer wat meer de bergen in. We reden nu nog steeds door een aangenaam subtropisch klimaat op ongeveer 1500 meter hoogte, maar we wisten dat we nog een bergpunt van ongeveer 3000 meter moesten oversteken, voordat we konden afdalen naar Medellin. Met het invallen van de duisternis zaten we dus weer op een kronkelige bergweg met veel vrachtverkeer om ons heen, waardoor we niet opschoten. Met name de laatse 25 kilometer schoten niet op, toen we midden in de afdaling vast kwamen te zitten in een eindeloos lange stroom van grote vrachtwagens en bussen. Uiteindelijk kwamen we na achten in Medellin, de tweede grootste stad van Colombia aan. We reden vrij snel naar het centrum, waar we ons hotel moesten vinden. De meeste straatplannen van Colombiaanse plaatsen bestaan uit Carreras en Calles en aan de hand van de bijbehorende nummers kun je vrij gemakkelijk je weg vinden. De plek waar we moesten zijn, bestond echter allemaal uit éénrichtingswegen, die niet overeenkwamen met onze plattegrond. Het was behoorlijk frustrerend. We wisten dat we niet meer dan één a twee blokken van ons hotel verwijderd waren, maar het duurde toen uiteindelijk nog anderhalf uur voordat we ons hotel daadwerkelijk bereikt hadden. Doodmoe van de lange dag, kwamen we aan in ons hotel. We verbleven in een oud, statig hotel uit de jaren veertig, waar sinds die tijd weinig veranderd leek. We gingen maar snel naar bed, met het voornemen om de volgende dag, de laatste dag naar Cartagena, vroeg te starten.

Op een vroege zondochtend om 6 uur in Medellin, checkten we uit en gingen we op weg naar onze finale aankomst plaats, Cartagena de Indias. We wisten vanuit de informatie van onze partner ter plaatse dat we de eerste 200 kilometer moesten gebruiken om opnieuw een bergpunt van ongeveer 3000 meter over te steken. Hierna zou we een vlakke weg hebben tot aan Cartagena. We hadden deze dag bijna 700 kilometer voor de boeg en gezien het feit dat het overbruggen van afstanden in Colombia over het algemeen toch wat meer tijd in beslag nam, dan in andere Latijns-Amerikaanse landen, beloofde het weer een lange dag te worden. We vertrokken echter vroeg op een mooie zondagochtend. Het was lekker weer en het viel behoorlijk mee met het aantal vrachtwagens die we onderweg tegenkwamen. Wel zagen wel veel wielrenners, die op zondag ochtend de steile berghellingen rondom Medellin probeerden te bedwingen. Om ongeveer 11 uur hadden we de bergpunt bedwongen en kwamen we in het tropische vlakke landschap, waar we de laatste kilometers van onze inspectiereis naar Cartagena zouden afleggen. Omdat we lekker op schema lagen, maakten we een stop bij een uitstekend wegrestaurant. Na goed gegeten te hebben, reden we verder. De weg was perfect en we schoten heerlijk op. Hoewel we de bergen achter ons gelaten hadden, bleef het landschap aantrekkelijk en afwisselend. Onderweg kwamen we weinig verkeer tegen. Op ongeveer 150 kilomter van Cartagena werd het weer wat drukker op de weg en moesten we af en toch weer een versnellinkje terug. Tegen zessen bereikten we uiteindelijk de rand van Cartagena. Voor het binnengaan van Cartagena, beleefden we nog een spannend moment, toen we geconfornteerd werden met het hoge water. De afgelopen maanden had het in Colombia veel meer geregend dan gebruikelijk. Colombia bestaat uit drie bergruggen en daartussen lopen drie grote rivieren. Die grote rivieren monden in de buurt van Cartagena uit in de Caribische zee en omdat deze rivieren de afgelopen tijd veel meer water te verwerken kregen dan normaal, traden ze buiten hun oevers en zorgden ze er voor dat vele dorpen, met name in dit gebied overstroomden. We passeerden half onder water staande huizen en reden over viaducten, waar het water al overheen begon te stromen. Delen van enkele bruggen waren reeds weggeslagen, maar gelukkig bereikten we toch ons eindpunt. Via achteraf weggetjes reden we Cartagena binnen en kwamen we vast te zitten in de avondspits. Langzaam maar zeker worstelden we ons een weg door het verkeer en uiteindelijk bereikten we de zee en daarmee ook de laatste weg naar ons hotel. We verbleven in het Hilton hotel, dat gelegen is in het nieuwe gedeelte van de stad en uitkijkt over de Caribische zee. Na aankomst maakte een euforisch gevoel zich van Bart en mij meester. We omhelzden elkaar en feliciteerden elkaar met het feit dat we het gehaald hadden. We namen een douche en gingen op weg naar het oude centrum van de stad. hier wist Bart me mee te nemen naar Cafe del Mar. Een heerlijke plek op de oude stadswal met spectaculair uitzicht over de stad. Terwijl we uitkeken over de skyline van Cartagena, dronken Bart en ik een koud biertje. We konden terugkijken op een werkelijk onvergetelijke reis. We hadden genoten van de afwisselende route die ons over de Andes voerde en die ons liet kennis maken met spectaculaire landschappen en vele leuke, enthousiaste Latijns-Amerikanen. De finale van de Volvo classics Panamericana kan geen passender slot hebben dan een aankomst in de mooie Colombiaanse stad Cartagena. Met onze aankomst in Cartagena, is het moment ook aangebroken om wat mensen te bedanken. Ik dank alle mensen die mijn belevenissen zo enthousiast gevolgd hebben. Ik dank alle medewerkers van onze kantoren ter plaatse, die zo enthousiast met ons project aan de slag zijn gegaan en ons ook tijdens deze reis hebben bijgestaan. Ik dank de mensen van de shipping agents in Buenos Aires en Cartagena, die hard hebben gewerkt om de auto tijdig in en uit te klaren. Met name wil ik Bart de Graaf en Fred Postma bedanken, die prettige bijrijders bleken en natuurlijk Karl Spihlmann, de voorzitter van de klassiek volvo vereniging in Peru, die belangeloos aan mijn auto heeft gewerkt, toen de krukas in het motorblok was geslagen. En last but zeker not least, dank ik Sylvia en Emma, die mij het afgelopen half jaar, tijdens de diverse verkenningstochten hebben moeten missen. De laatste fotos van mijn reis zijn weer geupload op onze facebook pagina. Dank.

Bel ons

(0)73-6106204

Co-founder, reizen, wijn, B2B, marketing, zomer/zon. Sapa Pana Travel: exclusieve individuele maatwerkreizen, Latijns Amerika & Antarctica specialist (ANVR/SGR).

Bel ons

(0)73-6106204

Aangesloten bij:

Copyright © Sapa Pana Travel, 2011